PI Haaglanden / Scheveningen, persoonlijk verslag
1. Binnenkomst
Bij binnenkomst wordt men vaak op een eenpersoonscel geplaatst op de C vleugel, unit 1 - 2. De behandeling kan dan nogal grof zijn, hoewel dit natuurlijk afhankelijk is van de individuele bewaarder. Het onverwacht de celdeur opengooien door een Henk Bres-achtig figuur, de stekker uit de televisie trekken en als een gevangene dan nogal geschrokken opstaat vervolgens op snauwende toon "ZITTEN" roepen, lijkt mij een nogal onnodig grove manier van met mensen omgaan waardoor onnodig spanningen op de vleugel kunnen ontstaan. Ook is het mogelijk dat een bewaarder wel meent te weten dat de komende twee weken niets in de winkel gekocht kan worden, ondanks dat men met geld is binnengekomen. Op dit soort retoriek kan het beste niet ingegaan worden, gewoon bij de eerste gelegenheid de winkellijst toch inleveren. Dit soort machtswellustig gedrag van niksers, mensen die in de gewone samenleving niets betekenen en die opeens een machtspositie krijgen, is helaas eigen aan mensen. Je hoeft de recente en ook minder recente geschiedenis er maar op na te zien.
2. Overplaatsing
Na 1 of 2 weken zal men gewoonlijk overgeplaatst worden naar een andere afdeling, mogelijk unit 3, waar iets meer mogelijk is zoals tafeltennis en zelf koken. Alhier aangekomen kan het nogal schrikken zijn als blijkt dat het om duo-cellen gaat. Zo een cel is een omgebouwde eenpersoonscel met een stapelbed en een stukje gordijn voor het wc-tje. Als de medegedetineerde van het toilet gebruik maakt kan hiervan volop meegenoten worden. Voor sommige mensen zal dit geen probleem zijn omdat zij het contact met anderen erg op prijs stellen, anderen zullen minder opgetogen zijn, waaronder mijn persoon. De mededeling van mijn zijde dat ik geen gebruik wens te maken van de geboden faciliteiten, werd koeltjes beantwoord met "Dat geeft niet, voor u hebben we een speciale privé ruimte". Hierop werd ik in een isoleercel geplaatst op de bovenverdieping, met de mededeling dat dit mijn verblijf zou zijn voor de volgende 14 dagen.
3. Isolatie
Bij het naar boven lopen wisten de bewaarders mij te vertellen dat het wel bloedheet zou zijn in de isolatie, zo vlak onder het dak. Tot mijn verbazing en de verbazing van een meelopende bewaarder was het juist nogal koud terwijl het buiten juist bloedheet was. Bij binnenkomst in de cel viel mij op dat deze lekker ruim is, een meter of vier diep en iets meer dan twee meter breed. Alles vrij nieuw, een mooie roestvrijstalen wc-pot, een plastic matras op de vloer, een raam naar buiten met melkglas waardoor niets gezien kan worden en verder niets. Vervolgens is het uitkleden geblazen en in je blote kont drie diepe kniebuigingen maken in de hoop dat de drugs uit je kont zullen vallen. Bij de eerste diepe buiging kwam ik door mijn slechte knieën helaas niet meer omhoog, waarop de bewaarder, waarschijnlijk met enig gevoel van vervangende schaamte, zei: "Ik zie het al, zo is het wel genoeg". Hij had mijn kont natuurlijk al tot in de diepte kunnen inspecteren. Waarop ik door gebruik te maken van mijn armen mijzelf weer omhoog kon takelen. De hierna verstrekte kleding had niet veel om het lijf, een zogenoemd scheurhemd of anti-scheurhemd, dat enkel de romp bedekt.
3.1 Klappertanden in de isolatie
Het schijnt zo te zijn dat je in isolatie van alles kunt verdienen door je goed te gedragen, zo werd mij bij binnenkomst medegedeeld. Hierdoor werd mijn natuurlijk, en misschien wat over ontwikkeld, gevoel van algeheel verzet enorm geprikkeld. "Hier gaat niemand iets verdienen" kwam direct in mij op. Voordat de deur voor de eerste keer gesloten werd, werd mij terloops gevraagd of ik een deken wilde, maar doordat ik het door de spanning en misschien wel de halve kniebuiging nogal warm had gekregen zei ik "Nee, dank je". Voor deze beslissing zou ik de volgende 15 uur zwaar moeten boeten. De ventilatie in de cel, met een gigantische koude luchtinblazing door middel van 50 x 50 cm rooster in het plafond boven het matras en aparte afzuiging boven de wc, veroorzaakt een zo sterke luchtstroom (tocht) dat alle onbedekte delen van het lichaam zo afkoelen dat het een ware kwelling wordt. Om dit afkoelen van mijn armen tegen te gaan stopte ik deze tegen mijn lichaam in het scheurhemd, wat als gevolg had dat mijn armen wel redelijk op temperatuur bleven maar mijn benen wel heel koud werden. Het optrekken van de benen binnen het scheurhemd had weer tot gevolg dat mijn armen koud werden, wat ook geen oplossing was. Na een aantal uren werd ik zo radeloos dat ik onder het plastic matras ben gaan liggen om zo de koude luchtstroom te weren, wat op zich wel redelijk werkte, maar het koude beton waar je dan op ligt is wel heel erg oncomfortabel. Het steeds keren, eerst op de buik en dan op de rug, geeft wel enige verlichting. Mijn vraag om een deken werd door de vrouwelijke bewaarden met een resoluut "NEEN" beantwoord, terwijl toch door het luikje eenvoudig een deken aangegeven had kunnen worden. Verder hoorde ik regelmatig bewaarders langskomen die soms opmerkingen plaatsten, als: "Ik zie hem al, hij ligt onder het matras". Ik moet bekennen dat op deze wijze een nacht wel heel erg lang kan duren. De volgende dag had ik gelukkig blijkbaar "IETS VERDIEND", want ik kreeg een deken en mocht ook het scheurhemd verruilen voor een onderbroek, hemd, pyjama en sokken. Overigens heb ik hierover is een klacht ingediend bij de Commissie van Toezicht en deze klacht is gegrond verklaard. Omdat het gebeurde niet meer teruggedraaid kan worden is een flinke schadevergoeding van 10 Euro toegekend.
3.2 Dagelijkse gang van zaken in isolatie
Iedere ochtend word je gewekt, de bewaarder roept dan vrolijk en ietwat denigrerend iets als: "Tandjes poetsen". Er wordt dan de gelegenheid geboden om te douchen en samen met twee bewaarders van gemiddeld tot klein postuur te ontbijten. Tijdens dit ontbijt keuvelen ze een beetje met je over bijvoorbeeld hun vakanties in Thailand, waar toch wel een heel ander regime in de gevangenis heerst. Daar salueren gevangenen nog voor hun bewaarders en poetsen ook hun schoenen, wist mij een bewaarder te vertellen die de hele dag met een sigaar in de mond rondliep. Hij was naar Thailand op vakantie geweest en had uit eigen beweging een afspraak met de lokale gevangenisdirecteur gemaakt, een soort werkbezoek. Het praten over wat hij daar zag doet zijn ogen fonkelen. Het respect dat een dat een bewaarder daar heeft........ En, niet groeten, pats met de houten knuppel op het koppetje. Zijn ogen kijken een beetje schuin omhoog, zijn gedachten lijken af te dwalen terwijl hij de natte droom van de echte bewaarder opnieuw lijkt te beleven. Dan verstarren zijn ogen en komt hij weer terug in de realiteit: "Hier in Nederland kunnen we daar nog veel van leren. Je wordt hier als een stuk vuil behandeld, geen enkel respect". Zo kletsen we wat af terwijl onderhand aantekeningen gemaakt worden: eet de gedetineerde voldoende, heeft hij een goede bui en andere zaken die zoal van groot belang zijn.
Nu waren de bewaarders de eerste paar dagen erg vriendelijk. Deze vriendelijkheid was na een dag of twee wel over toen duidelijk werd dat ik niet erg onder de isolatie leek te lijden. Iedere nieuwe bewaarder die binnen kwam moest in het rapport van vorige dag lezen dat van Kampen een goede bui had. Aangezien de zorg voor een gedetineerde in isolatie geheel voor rekening komt van de bewaarders van de gehele afdeling en aangezien dat dit iedere dag ongeveer 1,5 uur extra werk betekent voor 2 tot 3 bewaarders moet het wel frustrerend zijn om zo veel werk te stoppen in een straf die niet als zodanig wordt ervaren. Na een dag of drie hadden de bewaarders het dus wel gehad met van Kampen, vervelende opmerkingen en het onthouden van eten waren mijn deel. Als een deel van het eten niet aanwezig was, zeiden de bewaarders: "Dat krijg je later wel". Als het dan "later" was zeiden ze weer: "Nu is er geen eten". Na een dag of twee werd ik van het niet eten zo chagrijnig dat ik mijn eten schreeuwend op ging eisen: "IK WIL NU HET ETEN WAAR IK RECHT OP HEB". De "sigaar" keek nogal geschrokken toen de anders zo tevreden van Kampen hem op deze wijze benaderde in het bewaarderskamertje. Hij deed een aantal stappen naar voren totdat zijn tenen pal tegen de mijne stonden terwijl de vrouwelijke bewaarder achter hem wat hulpeloos keek met een blik van ik moet nu wat doen maar weet niet wat. De "sigaar" beet mij vervolgens toe terwijl hij met een vinger in mijn buik prikte "Jij gaat nu naar je cel". De prikkende vinger werd opzij geduwd met de woorden: "Als je een echte vent bent dan kun je dit nu bewijzen en dan kun je me nu aanpakken, net als in Thailand". De "sigaar" moest omhoog kijken om mij te zeggen dat hij helemaal niets ging doen. Hierop pakte hij het eten uit de ijskast, propte het in mijn handen en riep met overslaande stem: "En nu naar je cel". Onder het weglopen voegde ik hem denigrerend "lafaard" toe, waarop hij, met een wijds gebaar en opluchting die van het gezicht te lezen was, de deur achter mij dicht zwaaide.
Na 6 dagen hadden ze het wel gehad met van Kampen in de isolatie. De psycholoog vond mij "onberekenbaar agressief" en de deur werd enkel nog geopend in het bijzijn van drie bewaarders van aanzienlijk formaat die van mij steevast iets toegeworpen kregen als "WEGWEZEN". Hierop werd ik overgeplaatst naar eenpersoonscel op de E vleugel van unit 2, cel E42.
3.3 Herrie in isolatie
In de isolatie van unit 3 stond de afzuiging bijna constant aan. Misschien was dit zo omdat het erg warm was gedurende de dagen dat ik daar aanwezig was. Toen op een keer, midden in de nacht, de ventilatie afsloeg viel mij op dat ik een harde "tuut" in mijn oor bleef horen en dat opeens geluid van buiten en binnen de gevangenis tot mijn cel kon doordringen. De ventilatiemotor die de afzuiging van het hele blok moet verzorgen stond juist boven mijn cel en veroorzaakte een letterlijk oorverdovend lawaai. Om eventuele gehoorschade te voorkomen heb ik, door wc-papier nat te maken, oordopjes vervaardigd die echter niet goed bleken te helpen en ook irritatie veroorzaakten. Ik heb overigens de GGD van Den Haag gevraagd om na te gaan of deze situatie wel verantwoord is uit het gezichtspunt van de volksgezondheid. Ook is het isoleren in dergelijke omstandigheden naar mijn idee menselijk gezien niet verantwoord.
4. Sociaal leven in de nor
Al vastzittende worden veel irritatie opgedaan. Als je bijvoorbeeld een ongunstig celnummer hebt dan krijg je heel regelmatig geen fruitstuk, geen toetje of een verkeerd brood, mede omdat het fruit en de toetjes gegeten worden door bewaarders. Ook de herrie uit omliggende cellen is vaak een bron van ergernis. Zelfs het snurken van een buurman kan de spanningen doen oplaaien. De conflicten rond de telefoon, over wie er nu wel of niet aan de beurt is, kunnen oplopen tot buitenaardse proporties en helaas komen de kleintjes of zwakkeren nauwelijks aan de beurt om hiervan gebruik te maken. Naar mijn idee kun je het beste deel nemen aan het sociale leven door bijvoorbeeld te arbeiden, in de gang te lopen als de deur open is en naar de bibliotheek te gaan. In de gevangenis worden tal van privileges gegeven, denk aan een krantje dat je als eerste krijgt, het gewenste baantje, de "betere" afdeling waarop men geplaatst is en de deur die als eerste open gaat. Als iemand privileges heeft dan is hij ook bang om ze kwijt te raken. Het simpelweg goed hoorbaar op de gang bespreken van het toetje dat weer eens niet is ontvangen is vaak genoeg om de "schoonmaker" van de afdeling te doen realiseren dat hij jou beter wel een toetje kan geven omdat anders zijn baantje wel eens in gevaar kan komen. Wat ook goed kan helpen is om de naam van de bewaarder te vragen als weer eens geen fruitstuk wordt gegeven. Zeg hem tussen neus en lippen door dat je met een klacht bezig bent bij de Commissie van Toezicht over de verstrekking van voeding en dat je dan duidelijk aan moet kunnen geven wat er wanneer is gebeurd. Nogmaals, het simpelweg opeisen van een toetje zal niet helpen. De bewaarden gooit dan gewoon de deur dicht en hiermee is wat hem betreft de discussie gesloten.
5. Laatste dag
Als je vast zit dan wil je graag weten wanneer je er weer uit mag. In mijn geval heb ik 4 maanden gekregen en je kunt dan van niemand te horen krijgen hoe dan precies geteld wordt. Navragen bij bewaarders geeft geen resultaat en ook een officieel eerste schriftelijk verzoek bij de bevolkingsadministratie wil niet helpen, een kort krabbeltje op je verzoek met "nog niet bekend" is alles wat je krijgt. Op een tweede schriftelijk verzoek krijg je al helemaal geen antwoord meer. Nadat de door mijzelf berekende datum is verstreken en flink wat aandringen krijg ik eindelijk een datum te horen. Er wordt dan wel bij gezegd dat deze datum niet officieel is en dat er nog van alles kan gebeuren. Normaal gesproken krijgt iemand de avond voor vertrek te horen dat hij de volgende morgen wordt ontslagen en dat je 's-ochtends kunt beginnen met het schoonmaken van je cel. Ik kreeg echter niets te horen en dan ga je je toch zorgen maken! "Is alles wel in order, komt er een ander onderzoek of misschien meer aanklachten". Van normaal slapen is dan geen spraken meer! Als ik de volgende ochtend ook niets hoor besluit ik nogmaals de stoute schoenen aan te trekken en weer te vragen naar de einddatum. De dienstdoende bewaarder kijkt kort op een lijstje en zegt: "Je wordt opgehaald". Op mijn vraag, wie mij op zou halen en waarheen ik gebracht zou worden kan of wil hij geen antwoord geven. Ik hoef dan ook mijn cel niet op te ruimen en ik zou niet ontslagen worden. Op dat moment maakte ik mij toch ernstig zorgen, ophalen is immers geen ontslag en ook hoefde ik mijn cel niet op te ruimen. Nee, het is duidelijk er wordt een nieuw onderzoek gestart......... alles gaat weer van voren af aan beginnen. Korte tijd later kan ik mij elders bij een soort centrale post gaan melden om dan daadwerkelijk opgehaald te worden. Hier kijken ze nogal verbaasd omdat ik geen spullen bij me heb, ik word immers ontslagen. Natuurlijk ben je op zo een moment blij, vooral omdat de spanning zo hoog is opgevoerd. Je vraagt je achteraf wel af wat nu de bedoeling was van dit alles, heb je te maken met de zieke geest van en aantal bewaarders op de E Vleugel, is het gewoon stommiteit of is het bewuste politiek van PI Haaglanden (Scheveningen) om bijvoorbeeld mensen die een klacht ingediend hebben wegens mishandeling (en achteraf gezien ook gewonnen) op deze wijze extra af te straffen? Bah...... wat een machtsmisbruik en kinderachtig gedoe!
6. Unit 3 directeur Jos Mulkens (J.P. Mulkens) is niet beter dan zijn eigen "kampbeulen"
Onder de bezielende leiding van de unit 3 directeur, Jos Mulkens (J.P. Mulkens), is een gedetineerde mishandeld/gemarteld en deze mishandeling/marteling is bevestigd geworden door de eigen Commissie van Toezicht. Dit terwijl klachten over de behandeling in de gevangenis bijna nooit gegrond verklaard worden. Als een gevangene mishandeld/gemarteld wordt dan is de directeur hiervoor natuurlijk medeverantwoordelijk omdat hij het beleid bepaald en er ook op toe moet zien dat dit beleid op de juiste manier wordt uitgevoerd. Maar Jos Mulkens is niet alleen medeverantwoordelijk voor de mishandeling/marteling die Eric van Kampen heeft moeten ondergaan, het gaat verder dan dat. Hij mist de beschaving om na zo een misser de verantwoordelijkheid voor zijn falen te nemen. Geen excuus bijvoorbeeld..... en Jos Mulkens heeft zelfs niet het fatsoen om ervoor zorg te dragen dat de door de Commissie van Toezicht bepaalde schadevergoeding uitbetaald wordt. Het is onbegrijpelijk dat dit soort minkukels op zulke verantwoordelijke posities bij de overheid geplaatst kunnen worden.
7. Psychologisch medewerker Marjolein Sinnige
Terwijl van Kampen in de isolatie zat stelde Marjolein Sinnige tijdens een gesprek van 5 minuten vast dat van Kampen "alles buiten zichzelf legt" en "wisselend en onvoorspelbaar is in agressief gedrag". Achteraf kunnen we vaststellen dat van Kampen getreiterd en mishandeld is en dat zijn gedrag slechts een gevolg hiervan is en dat dus de oorzaak van dit gedrag inderdaad voor een belangrijk deel buiten hemzelf lag, zoals van Kampen stelde. En wie zou niet agressief worden als het eten waar je recht op hebt wordt onthouden en als je de hele dag in het oorverdovende lawaai van een brullende motor zit? Van Kampen is dus helemaal niet "onvoorspelbaar in agressief gedrag" maar juist heel voorspelbaar. Geef hem geen eten, dan kun je de klok erop gelijk zetten dat hij agressief wordt. Je zou van een psychologe mogen verwachten dat ze iets verder kijkt dan haar neus lang is en onbevooroordeeld aan een gesprek begint.
Drs. Eric van Kampen.